Leeuwarden - Ljouwert - Het carillon van Leeuwarden

De Toren

Het carillon bevind zich in een achtzijdige koepel op het historische stadhuis van Leeuwarden, vanaf 1713 werd onder leiding van Claes Bockes Balck een nieuw raadhuis gebouwd, op een plek waar voorheen het Auckemastins huis zich bevond. Dit gebouw was vanaf 1616 in gebruik als raadhuis. 

Geschiedenis

De geschiedenis van het carillon van Leeuwarden begint niet met de huidige plek van het carillon, maar met de Nieuwe of Sint-Jacobstoren. Deze toren werd gebouwd rond 1540, en afgebroken wegens bouwvalligheid in 1884. Er bevond zich al vrij vroeg een klokkenspel in deze toren, echter is het niet duidelijk van welke klokkengieter dit klokkenspel afkomstig was, wel is duidelijk dat Hans Falck in 1632 enkele klokken gegoten heeft voor dit spel. Ook werd er in dit jaar een nieuwe speeltrommel aangebracht in de toren. Op voorstel van beiaardier Haverkamp informeert men in 1679 bij Pieter Hemony naar de prijs van een beiaard die op voorraad staat bij de beroemde klokkengieter, echter deze voorraad beiaard blijkt al verkocht. Opnieuw in 1686 informeert men bij de opvolger van Hemony Claude Fremy naar een nieuwe beiaard, dit keer met een betere uitkomst, op 11 mei 1686 besluit het stadsbestuur een nieuwe beiaard te bestellen bij Fremy met de omvang van 28 klokken. Niet alleen gebruikte men het oude klokkenspel ter financiering van het nieuwe spel, ook de leden van de magistraat moesten mee betalen, bij hun jaarlijkse verkiezing moesten zij honderd gulden betalen, bovendien moest elk nieuw lid van het stadsbestuur honderd daalders betalen, voorwaar een mooi financieringsplan!

 De Nieuwe of Sint-Jacobstoren in 1884 wegens bouwvalligheid afgebroken

Nogal opmerkelijk was dat het nieuw gegoten klokkenspel van Claude Fremy zonder veel problemen door Leeuwarden geaccepteerd werd, Fremy heeft veel problemen gekregen bij zijn werk voor Den  Haag en Alkmaar, uiteindelijk werden deze  spellen niet afgenomen door deze steden. Uiteindelijk is  het spel in Leeuwarden samen met het spel van Praag de nog de enige bestaande klokkenspellen van deze klokkengieter. De uurwerkmaker en beiaardinrichter Willem Sprakel richten het klokkenspel in, uiteindelijk met een omvang van 34 klokken waarvan 32 door Fremy gegoten. Twee klokken uit de oude beiaard kregen weer een plek in het nieuwe carillon, een van Johan ter Steghe uit 1544 en een van Hans Falck van Neurenberg uit 1632. In 1689 werd de fis2 klok door Petrus Overney hergoten, bovendien voorzag Willem Sprakel in 1692 het spel van een nieuwe grotere speeltrommel. Rond 1880 ging de Nieuwe toren steeds meer overhellen, in 1883 waren er zware decemberstormen waarbij de toren veel schade opliep, in 1884 besloot men de toren af te breken om het ongecontroleerd instorten te voorkomen. Men vatte nog plannen op om een nieuwe toren te bouwen, echter dit plan ging niet door, de middelen ontbraken voor een groot project als het bouwen van een toren. De vijf grootste klokken werden ondergebracht in een tuin aan de Hoogstraat, de overige klokken op de zolder van het politiebureau. Tot 1915 zouden de klokken zwijgen, op 29 april besloot de gemeenteraad om het carillon een nieuwe plaats te geven, namelijk in de koepel van het stadhuis. De firma Addicks uit Amsterdam verzorgde de inrichting van het spel, compleet met een nieuw klavier en speeltrommel. De grootste uurslag klok van Waghevens kreeg een plek in het portaal van De Oldehove. In de oorlogsdagen werd het spel in 1944 uit de koepel verwijderd, en opgeslagen bij de klokkengieterij Van Bergen in Heiligerlee. Na de oorlog keerde de klokken terug in Leeuwarden, echter kregen ze niet hun plaats terug in de koepel, men vreesde voor instortingsgevaar en het stadsarchief was op de zolder van het stadhuis ondergebracht. De klokken brachten tot 1972 zwijgend door in de stadhuiskelder. In dat jaar werden, na het restaureren en verzwaren van de koepel op het stadhuis de klokken opnieuw daar aangebracht. Klokkengieterij Eijsbouts goot bovendien nog 5 kleine klokken bij, daardoor kwam het aantal klokken op 39.

 

Speeltijden

Helaas worden de klokken van het carillon sinds 2010 niet meer door een beiaardier bespeeld, dit door een bezuiniging van de CDA  wethouder Koster. De beiaardier nog in dienst van de gemeente is werkzaam als documenten verzorger, en mag het carillon niet meer bespelen! Ondanks inspraak door de stichting “Organum Frisicum”, de Nederlandse Klokkenspel-vereniging, en de Vereniging Heemschut, die op de schadelijke gevolgen gewezen hebben. De Leeuwarder beiaard is een authentiek historisch instrument uit 1686. Een kostbaar bezit waar goed op gepast moet worden. Regelmatige bespeling is nodig, ook om opkomende slijtage en gebreken in de mechanieken tijdig bij te kunnen stellen. De insprekers noemden het “live” bespelen een voorwaarde voor een bij de stad Leeuwarden behorende kwalitatieve uitvoering. En een carillon draagt bij aan een positief stadsgevoel.

 

HOME CONTACT 

 

©foto Hans van Dijk

©foto Hans van Dijk