De beiaard in de toren van de Nieuwe of Sint Ursula-kerk te Delft (109 meter hoog)

[Gegevens zijn o.a. afkomstig uit: "Luidklokken en Speelklokken in Delft", van L J. Meilink-Hoedemaker; een dissertatie uit 1985.]

Inleiding

In Duitsland werden op som-mige plaatsen dagelijks koralen of sonates (‘Turmsonaten’ genoemd) vanaf de toren van het raadhuis of een kerk gespeeld.Ook in Nederland was dit zogenaamde ‘torenblazen’ tot ongeveer 1650 een belangrijk aspect van het openbare muziekleven.

Daarna trad het klokkenspel meer op de voor grond.

Korte bouwgeschiedenis van de toren van de Nieuwe Kerk te Delft

In 1396 werd met de bouw van de toren begonnen; in 1412 was het eerste achtkant gereed, in 1441 het tweede en van 1496-1498 werd de lantaarn opgetrokken met een spits. Na de grote brand in 1536 werd deze vernieuwd en in 1872 werd de huidige spits opgetrokken, naar een ontwerp van Cuypers en Gugel.

De Ursula-Beiaard

De Ursula-Beiaard telt momenteel 48 klokken, waarvan er nog 18 klokken dateren uit 1659/1660.Ze zijn gegoten door Francois Hemony. De overige klokken zijn gegoten door Klokkengieterij Eijsbouts, in 1963, in het oude profiel. De klokken zijn gestemd in de middentoonstemming.

wpe1.jpg (81402 bytes)

Korte geschiedenis van de speelklokken van de Ursula-Beiaard

In 1538 bezat de Oude of Sint Hippolytuskerktoren reeds een zestal luidklokken en in de toren van de Nieuwe Kerk hingen in 1539 ook reeds vier zware luidklokken. Maar de klokken bleken van ondeugdelijke kwaliteit, want ze barstten, of werden -in de franse tijd- verkocht. In 1570 kocht Delft een klokkenspel, gegoten door Henrick van Trier; dit werd opgehangen in de toren van het Stadhuis. Over dit klokkenspel was Dirck van Bleyswijck zeer lovend.

In zijn "Beschryving der Stadt Delft" -Delft 1729- schrijft hij:

"........ op de welke [d.i. de toren van het Stadhuis] zulk een kunstig klokkengespel gemaakt was

dat het voor niemant der steden in Nederland behoefde te wyken; ia gelyk zommige willen, in ‘t gantsche kristenryk niet te vinden was."

Dit klokkenspel verhuisde in de 17de eeuw naar de toren van de Nieuwe Kerk. Over deze verhuizing schrijft Van Bleyswijck: "Wat de speelklokken belangen, wy hebben voorheen gezegt dat het oude vermaarde klokkenspel met zyn toebehoren, van het stadhuis is afgenomen en merkelyk verfrait en verbetert zynde, op dezen toren is gebragt en opgestelt door ..........".

In 1660 werden de eerste klokken van Francois Hemony opgehangen in de toren van de Nieuwe Kerk te Delft. Het klokkenspel bestond uit 33 klokken, waarvan de zwaarste 3410 kg. woog.

Het ‘omschrift’ op de zwaarste klok luidt, (althans volgens Van Bleyswijck):

 

Zoo menigmaal gy hoort den

heldren klocke-slagh,

gedenckt aendachtelyk aen

                              uwen jongsten dach, anno 1660.

Op 27 november 1660 leverde Francois Hemony de speeltrommel voor de toren van de Nieuwe kerk op, maar wel in ruwe staat. De speeltrommel werd opgehangen in de ombouw, die voorheen zich in de toren van het stadhuis bevond.De afwerking van de speeltrommel liet Hemony over aan de Nijmeegse uurwerkmaker Jan van Call, die deze uitvinding ook reeds in 1646 in Grave en in 1650 in Utrecht had toegepast. In 1678 leverde Pieter Hemony aan Delft nog drie klokken -bes3, b3 en c4 , hetgeen resulteerde in een omvang van drie octaven.  Deze drie nieuwe klokjes werden gekocht door klokkenist Scholl. Zowel Francois als Pieter Hemony waren klokkengieters, afkomstig uit Lotharingen en vooral bekend om de zuivere stemming van hun carillons.

Boven de ingang van de lantaarn bevindt zich een sierlijk uitgehouwen gedenksteen voor de zwaarste klok.

De tekst daarop:

Als Iaren zesmael tien, na zestien-hondert quamen,

Zo ben ick op-gehaelt in desen Tooren-trans:

Een later heeft gehoort mijn kinderen te zamen

De Stadt vervrolijcken door hare klocken-dans:

Het twee-en-zestichste was naeu daar by gevallen,

                                                                               Of ick sloech onvermoeit den hoochsten toon van allen.

In 1750 breidde Joris Dumery het klokkenspel van de Ursula-beiaard uit met de klokken g3, cis4 en d4. Hierbij trad de klokkenist Johannes Berghuys bemiddelend op. Bij een ingrijpende restauratie, 1963, bleek het klokkenspel, waaronder 20 Hemony-klokken,  onzuiver geworden; de Hemony-klokken werden opgehangen op de eerste torenzolder in de Nieuwe Kerk. De gieterij ‘Koninklijke Eijsbouts’ uit Asten, aan wie de restauratie was toevertrouwd, goot 30 nieuwe klokken.

Bespelingen van de Ursula-beiaard in Delft

a. Er zijn wekelijkse beiaardbespelingen door de stadsbeiaardier Henk Groeneweg. Zij vinden plaats:

dinsdag van 11.00 tot 12.00 uur

donderdag van 11.00 tot 12.00 uur (marktdag!)

vrijdag van 18.45 tot 19.45 uur zaterdag van 11.00 tot 12.00 uur

zaterdag van 11.00 tot 12.00 uur

c. Bij huwelijken in het stadhuis te Delft (recht tegenover de toren gelegen), kan op verzoek het carillon door de stadsbeiaardier bespeeld worden.

De dagen voor de bespeling van de Ursula-beiaard zijn niet willekeurig gekozen.

Leest u maar wat de geleerde Georgius Braunius schrijft in de 17e eeuw (Braunius bezocht en beschreef verschillende steden van Nederland).

Over Delft schrijft hij:

"............is het raedthuis gelegen, zynde een voortreffelyk gebouw met een zeer hoogen toorn, en in de selfde een vermaarde klockengespel waar op soo ten tyde van de voornaamste bruyloften, als wel op de weeckelyksche marckt-dagen, een genoechelyk en fraei musyk werd gepleegt, ......."

 

Compact Disc

In 1995 is van het Delftse carillon een compact disc opgenomen, waarop door de beiaardiers Henk Groeneweg, Marianna Marras en Loek Boogert een gevarieerd programma ten gehore wordt gebracht. De totale speelduur van deze CD is 28:41 minuten. De prijs is €  4,50, exclusief verzendkosten.

Deze CD, ‘Carillon Delft’, is te bestellen door overmaking van het verschuldigde bedrag op postbanknummer 22 26 62, ten name van L.W. Boogert, Wielingahof 21, 2625 LJ Delft, onder vermelding van: ……….. ex. Carillon Delft.

 

Delft, juli 2001

HOME CONTACT